Jan Steen
Deze week duiken we in het leven van de Leidse schilder Jan Steen.
Jan steen werd in 1926 in Leiden geboren. Hij kwam uit een redelijk rijk gezin. Zijn vader was namelijk graanhandelaar en had een eigen bierbrouwerij en zijn moeder was de dochter van een stadsklerk, dat is een soort gemeente ambtenaar.
Jan ging naar de Latijnse school in Leiden, net als Rembrandt van Rijn. In Utrecht greeg hij schilderles van Nicolaus Knüpfer, een bekende Duitse schilder en ook Adriaen van Ostade gaf hem allerlei tips.
Jan werkte na zijn opleiding korte tijd bij de landschapschilder Jan van Goyen in Den Haag. In 1947 trouwde hij met zijn dochter Margriet van Goyen. Samen kregen ze zeven of acht kinderen.
Jan bleef nog een paar jaar samenwerken met van Goyen, maar verhuisde later naar Delft, Hier was hij een tijdje bierbrouwer, maar dit was geen succes, want hij verdiende niet genoeg om de huur voor zijn brouwerij te betalen. Hij was zelf zijn beste klant. Na drie jaar stopte Jan met de brouwerij en begon weer met schilderen.
In 1669 overleed Jan's vrouw. Jan bleef achter met zes kinderen (de oudste waren al uit huis). Het gezin was erg chaotisch. Chaotische gezinnen waren ook een geliefd onderwerp om over te schilderen bij Jan. De uitdrukking "Een huishouden van Jan Steen" komt hier vandaan. Jan verwerkte vaak spreekwoorden en gezegden in zijn schilderijen. Maar ook voor andere schilders uit zijn tijd was dat een bekend thema. Eigenlijk was Jan van alle markten thuis, want hij schilderde zowel portretten als landschappen, historie- en genrestukken.
Na het overlijden van zijn vrouw, hertrouwde Steen met een pensverkoopster, pens zijn koeienmagen, Maria Dirkxdochter van Egmond. Met haar kreeg hij nog eens twee kinderen.
in 1672, startte hij in Leiden in zijn eigen huis een herberg omdat hij wat geld wilde bijverdienen. Helaas mislukt dat plan. Zijn herberg was een fiasco en op 31 januari 1679 stierf hij zo arm als een straatrat.